Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
lingcn vermeerdert, kunnen zijn ijver en zijne po-
gingen dezelfde voordeelen niet te weeg brengen.
Het is niets zeldzaams, dat op groote scholen één
onderwijzer vijftig of zestig, ja soms meer leerlingen
onder zich heeft. Ik wil aannemen, dat een vijfde,
en dit is veel, in staat is het onderwijs te begrij-
pen en gedurende het geheele schooljaar te volgen ; dat
een gelijk getal, hoewel met een' minderen graad van
begrip en vlijt, daarvan nog gedeeltelijk nut kan
trekken, dan blijft nog meer dan dc helft dier jon-
gelieden over, die, aan het toezigt als ook aan
de zorg, die hunne traagheid of hunne onbekwaam-
heid voor hen zoo noodig zou doen zijn, ontgaan-
de, en bovendien door het gevoel van hunne on-
bekwaamheid ontmoedigd, niets zullen hebben gedaan
om de hoogte der anderen te bereiken. Bij hen zal de
naijver van gecne waarde zijn , want deze edele drift, die
zulke groote dingen te weeg brengt, ontstaat minder uit
de begeerte, dan uit de hoop om dat doel te bereiken.
De lessen der onderwijzers zijn, over het alge-
meen, voor iederen dag vooruit bepaald. Hij is het
niet, die zijne leerlingen volgt. Zij zijn het, die hem
volgen moeten. Hij bestuurt de eersten, het lot
der overigen bekommert hem weinig; hij vervult
zijn ambt, en dat is alles. Er zijn er echter eeni-
gen , die beproefd hebben zich tegen den stroom te
verzetten , en tegen de gebreken eener leerwijze, die;
zij gedwongen werden te volgen, te worstelen; maar
hun wensch was magteloos, en spoedig overtuigd van
dc onmogelijkheid om ongelijk voorbereide jongelingen
op gelijken voet te doen vorderen, hebben zij de pogingen,
waarvan zij de vruchteloosheid inzagen , opgegeven.