Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
de hersan's , de rollin's, de lebeau's, de crevier's ,
de binet's , enz. door hun gezag en hun verstand
bekrachtigd hebben; wanneer ik, aan eene andere
zijde, die leerwijze beschouw door een geleerd en
beroemd genootschap nagelaten, hetwelk de geheele
wereld in deszelfs grootsch ontwerp omvatte , leerwijze ,
welk Pater joüve>cv in zijne schriften voor ons heeft
bewaard, dan denk ik onwillekeurig aan den boog van
ULYSSES, om welken te spannen geene genoegzaam
krachtige armen meer gevonden werden. De gron-
den zijn ons gebleven; het is blijkbaar nog naar de-
zelve, dat men zich schijnt te rigten, maar men
erkent in derzelver toepassing niet meer de hand
van die uitstekende mannen, die de jeugd onophou-
delijk en grondig bestudeerd hadden; die derzelver
krachten hadden berekend, en dezelve te gelijk
wisten te ontzien en te benuttigen; die minder
trachtten de jeugd met kennissen te verrijken, dan
haar in staat te stellen van dezelve voordeel te trek-
ken, door haar liefde tot den arbeid en de gewoon-
te van den vlijt in te boezemen; die, eindelijk,
vooral trachtten baar oordeel te versterken, haar
verstand rijp te maken , hare begrippen te vormen ,
en die zedelijke natuurdrift te ontwikkelen, waaruit
alles, wat betrekking heeft tot de verbeelding, den
smaak en het gevoel voor al wat waar, groot en
schoon is, deszelfs oorsprong heeft. Wanneer ik
de bekwaamheden en de geschiktheid dier leeraars, zoo-
wel om de letteren te beoefenen als de goede zeden te
vormen, gadesla, dan hen ik geneigd, zeide bacon , om
te zeggen, hetgeen agesilaüs aan pharnabazes zeide:
vermits gij zoodanig zijt, wensciite ik dat de goden