Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
n
hel kind voor den mannelijken staal. Hij leert het
billijke en onbillijke onderscheiden, en brengt gedu-
rig dezen regel, den grondslag van de geheele ze-
dekunde, in beoefening: Doe eenen anderen datgene
niet, wat gij niet zoiidl willen dat men u deed (1).
Hij vraagt niet, wat hij niet gereed zou zijn den
volgenden dag te bewilligen , omdat hij weet, dat
eene weigering eene andere na zich trekt. In den
beginne verpligt hij , wel is waar, uit belang, maar
in het vervolg misschien uit genoegen. Maar waar-
om zou ik in de geheimen van zijn hart indringen?
Hetzelve te peilen , om de drijfveren, die het doen
handelen, te ontdekken, is boosaardiger dan billijk.
Het goede, wat daartoe ook bewegen moge, is altijd
goed. Men moet van de menschen niet te veel ver-
gen , en zonder hunne zwakheden en onvolmaakthe-
den uit het oog te verliezen , hel zuivere en ede-
le hunner daden minder naar de beweeggronden dan
naar de uilkomsten derzelve waarderen. Het eigen-
belang en de eigenliefde, zegt ddclos , zijn voor de ze-
den, wat het sap voor de planten ii. Op zich zeiven
zijn zij niet schadelijk; men moet de vriichlen daarvan
afwachten om daarover te oordeelen.
De vrees en de gehoorzaamheid vernietigen de uit-
werkingen niet van de groote en belangrijke les,
welke een kind dagelijks onder zijne makkers put;
hij geeft en ontvangt dezelve te gelijk. Van al de-
genen , die hij van dc school zal medebrengen, is er
geene, Avaarvan hij meer nut zal hebben getrokken.
(1) Eenige oude wijzcu zeiden; Doe eenen anderen wat gij
zoudl willen, dat men ii deed. De eerste stclliog is regtscha-
penheid ; deie is deugd.