Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
in het openbaar aan liem verkwist worden, dan door
een bewijs van achting of goedkeuring, hetwelk in het
bijzonder aan hem wordt gegeven, weet hij diegene
te onderscheiden, welke hij aan zijn' persoon te danken
heeft, van diegene, welke hij aan zijn ambt verschul-
digd is. Hij wenscht zich met zijne verhefling alleen
geluk, omdat zij hem in staat stelt zich bemind te
maken en het goede te bewerken. Eindelijk, mensch
zijnde, doet hij zijn vermogen , zijne bekwaamheden,
zijn gezag strekken tot nut der andere menschen.
De ledigheid, welke voor de jeugd zoo gevaarlijk
is, is zulks voor hem niet, want hij kent ze niet.
Geen zijner dagen gaat verloren. Al zijne oogenblik-
ken zijn aan zijn onderrigt, aan zijnen stand, aan
goede daden, en vooral aan zijne ouders gewijd.
Zoo lang hij het geluk heeft ze te behouden , zijn
er geene feesten, geene genoegens, welke in zijne
oogen datgene evenaren, hetwelk hij in hun bijzijn
geniet, cn streeft hij er steeds naar om hunnen
ouderdom te versieren , en hunne grijze haren te
vereeren door het gezigt van hun werk. Die zoo
droevige, ja zelfs zoo afschuwelijke vcrwaarloozing,
welke in de familiën zoo algemeen is, hebben zij
niet te vreezen. Hun kind heeft, toen hij begonnen
is lid te worden van het groote huisgezin, het zijne
niet vergeten: hij is aan hetzelve verpligt wat hij
is, en het geluk, dat hij in hetzelve verspreidt, schijnt
hem naauwelijks toe hem met hetzelve te vereffe-
nen. Indien zijne bezigheden hem van het ouderlijk
dak verwijderen, verliest hij, in welke oorden zij
hem ook voeren, hetzelve nooit uit het oog.