Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
245
te onderrigten, en zelfs omtrent die zaken, welke
hij het beste kent, te twijfelen. Indien een rede-
twist zijne belangstelling; wekt, en dat men schijnt
zijn oordeel op de proef te willen stellen cn zijne
meening te willen kennen, dan ontwikkelt en verde-
digt hij dezelve, maar zonder halsstarrigheid noch ver-
bittering: suaviter in modo et forliter in re.
Het is mogelijk, dat hij in de redenering niet al-
tijd het voordeel zal hebben, maar hij heeft het
toch in de twist, door de soort van toestemming,
welke hij schijnt te geven aan het gevoelen van an-
deren. Wanneer hij zich niet kan doen verstaan
noch zijne denkbeelden doen aannemen, dan zwijgt
hij, en het is voor hem nooit smartelijk om zich
te onderwerpen aan degenen, die aanspraak hebben
op zijne inschikkelijkheid. Zijne bescheidenheid, wel
verre van zijne waarde te verminderen, vermeerdert
dezelve nog; en het zwijgen, dat de mantel van
beschutting voor vele jonge lieden is, is voor hem
een sieraad te meer.
Zijne manieren zijn eerbiedig zonder laagheid, on-
gedwongen zonder gemeenzaamheid, vrolijk zonder
gemaaktheid, en innemend zonder dat men er toe-
leg of geslepenheid in opmerkt. Zijne gedienstigheid
is niet gedwongen, omdat zij hem eigen is, cn
zijne stilzwijgendheid is niet onvriendelijk, omdat zij
enkel eerbied of bescheidenheid verkondigt. Hij on-
derwerpt zich aan zekere vooroordeelen, maar hij
is derzelver slaaf niet; en zijne achting wordt niet
zoo zeer afgemeten naar het vermogen, de geboorte
of den rang der personen, met welke hij zich be-
vindt, dan wel naar hunne deugden, hunne verdien-