Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
boeken en de raadgevingen der ondervinding bebben
begonnen, zijn wil, zijne volharding, zijne pogin-
gen moeien helzelve vollooijen. De denkbeelden der
ukslekende mannen, zegt Ridder temple, kunnen ons
(jeleerder, besckaafder, aangenamer maken; de onze
alleen kunnen ons de wijsheid en het geluk geven, welke
het doel van den menseh en het voorwerp der zedekundc
zijn.
Het is met dit onderrigt, als met dat der logica ;
het moet zeer vroeg gegeven worden, en eer uit daden
dan uit voorschriften bestaan. Leçon commence, exem-
ple achève, zegt lafontaine. Men kan er eenige aan-
merkingen bijvoegen, maar zelden en zonder ge-
maaktheid : deze weg, langzaam maar zeker, is
beter dan alle geregelde lessen, welke een kind af-
schrikken en vervelen, en waarvan hij bijgevolg
çeen nut trekt. Een woord, natuurlijk aangcbragt,
Iringt in zijn verstand door, en blijft er in ge-
grift. Se.neca vergelijkt het teregt met het zaad,
hetwelk, in goed voorbereide aarde gezaaid, zich lang-
zamerhand ontwikkelt, en van klein , dat het in den
beginne was, zich hoog verheft en breed uitspreidt.
Even als men , om zijn oordeel te vormen, in zij-
ne tegenwoordigheid allijd juist moet redeneren,
even zoo moet men, om hem goede zeden le doen
verkrijgen, hem niet dan goede voorbeelden geven,
en om hem in de deugd te oefenen, moet men
hem dezelve laten betrachten. Wijsbegeerte en wijs-
heid leert men slecht uit boeken. Men vraagde
aan diogenes , dat hij eenige lessen zou voorlezen.
Gij zijl wonderlijk, antwoordde hij, gij kiest de na-
tuurlijke vijgen, en niet de geschilderde : waarom kiest gij