Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
234
doel begaafd, zoo zeldzaam in de wereld? Er zijn
hiervoor verscheidene redenen , cn deze zijn: Voor-
eerst, de meeste kinderen nemen in het ouderlijk
huis de dwalingen, de vooroordeelen, dc gevoelens,
het karakter hunner ouders aan. Hetzij dat dit het
gevolg is van de navolging of van de organisatie,
hetzij van beide oorzaken met elkander vereenigd,
de ondervinding beeft bewezen, dat het met het
zedelijke is als met zekere ziekten, die in de fami-
litjn erfelijk zijn, en achtervolgelijk van geslacht
tot geslacht overgaan (1). Al betwistte men mij
dezen invloed der bewerktuiging, dan zou het nog
waar zijn dat de ouders , die gebrek hebben aan
oordeel, dat van hun kind moeten vervalschen, of
dc ontwikkeling van hetzelve verhinderen. Men ziet
kleine knapen, die, de kindsehheid naauw ontwas-
sen , over alles in het wild spreken ; die reeds een
(1) Ik geef aän deze zedekundige aanmerking, Melker juist-
heid door niemand , die den menseh een weinig heeft gadegesla-
gen , zal beslist worden, geen ontwikkelingj ik zal dezelve alleenlijk
staven door eene enkele daadzaak , voor welker waarheid ik insta.
Ik heb , eenige jaren geleden , een huisgezin gekend , welks va-
deren sedert vier geslachten , wegens diefstal of moord , lot tucht-
huisstraf of ter dood veroordeeld waren. De laatste had vijf
kinderen nagelaten; twee hadden reeds hel leven op het scha-
vot verloren ■ de drie anderen, welke ik in de gelegenheid ben
geweest eenige oogenblikken aandachtig te beschouwen, droe-
gen op hun gelaat het kenmerk van snoodheid en misdaad. In
de landstreek, welke zij bewoonden , gevreesd , door het geregtj
gadegeslagen, in eene soort van verworpenheid levende, hunne
organisatie, het voorbeeld , en eindelijk de rigting, Avelke aan
hunne eerste gewoonten gegeven werd , dit alles zal orgetwij-
feld hebben bijgedragen om hen weg te slepen, en zij zullen
zeker geeindigd hebben of eindigen zoo als hunne voorvaders.