Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
i>30
cn geeft aan hetzelve iiaauwkeurigheid en juistheid,
door aan hetzelve al de trappen te doen opklim-
men , welke naar de klaarblijkelijkheid leiden. Zij
geeft niets aan de verbeelding toe; en alleen met
het onderzoek der waarheid , welke onveranderlijk is ,
l)ezig, is zij de slavin niet van den smaak, welke
altijd verandert. Maar zij bezit in nuttigheid , wat
haar aan bevalligheid mogt ontbreken, en bijna alle
mechanieke kunsten ontieenen van haar derzelver kracht
cn voordeel. Onwetendheid en kwade trouw alleen
kunnen voorgeven, dat de meetkunstenaars bij de
ouden niet bevoorregt waren. Hier geeft de geschie-
denis het antwoord, en stelt tegen onregtvaardige
aantijgingen niet zoo zeer hunne ontdekkingen en
nuttige werken over, als wel de bewijzen van den
eerbied der volken, van de dankbaarheid der verlichte
mannen, en van de gunsten der vorsten.
Al wat hier voorafgaat, is de hoofdinhoud van
eene soort van pleitrede voor en tegen de wiskun-
de , waarbij ik , eenige jaren geleden, bij gelegen-
heid eener schooloefening tegenwoordig was. Het
voordeel bleef, zoo als men ligt begrijpen zal , aan
dengenen, welke het laatst gesproken had, hoewel
in de redevoering van den eersten zeer juiste aan-
merkingen gevonden werden, welke dunkt mij, niet
geheel werden wederlegd.
Zie hier overigens het gevolg, hetwelk een der-
de spreker uit de redevoeringen der beide eersten
trok.
De wiskunde is een noodwendig deel der opvoe-
ding. Eenige wijsgeeren der oudheid, en onder
anderen plato , wenschten dat men dc jeugd vroeg