Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
223
leoreiiV Dit is eene vraag, welke reeds lang geop-
perd is, en waarop het antwoord, wanneer men er
eenigzins over nadenkt, zeer envoudig schijnt. Men
moet beginnen met de eerste tijden , om van de oude
(ot de nieuweren, en van den stam tot aan de takken
van den boom te komen; dit is de gang, dien men
gewoonlijk bij de studie van alle wetenschappen volgt.
« Dit heeft," zult gij mij zeggen, t ten gevolge, dat een
€ kind de oude geschiedenis goed kent, maar van dc
f nieuwere cn zelfs van die van zijn vaderland zeer
€ weinig weet." Ik stem het toe; maar verdeel den
tijd vaa zijn onderrigt zoodanig, dat hij dien genoeg
hebbe om tc leeren , wat voor hem van belang is tc
kennen, c Dit doet men op de scholen," zult gij mij
zeggen, «en echter bewijst de ondervinding, dat de
« leerlingen dezelve als halve Grieken en Romeinen ver-
« laten (1), en in hun vaderland vreemd zijn." Ik stem
(1) Het is zeer opmerkelijk te zien , dat de in koningrijken
opgevoede jeugd de studie der geschiedenis begint met die van
twee gemeenebeslen , waarin op elke bladzijde gezegd wordt ,
dat men alle koningen als even zooveel tirannen moet haten;
dat men zeer wel heeft gedaan door tabqüikius te verdrijven en
cesir te vermoorden dat alle zamenzweerders groote mannen
waren; dat cato en brütüs , die zich zeiven doodden, hiermede
loffelijke daden verrigtten , enz. enz.
Wen leest in de geschiedenis van Florence eene daad, welke
verdient bekend te zijn. In 1476, had zich een rector, die
CALEAS , Hertog van Milaan^ lol Vorst had, zich tot dweepens
loe voor eene republikeinsche regering vooringenomen. Opge-
wonden door het lezen der Grieksche en Latijnsche schrij-
vers , roemde hij zijnen leerlingen het voorregt van in een ge-
raeenebest te zijn geboren, en betreurde het lot dergenen, die
aan oenon Vorst onderworpen waren. Hij wond nuU zijne denk-