Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
205
en verlichting vindt. De dichter onderrigt zich met
viRGiLius , de redenaar met cicero , de geschiedschrij-
ver met .TACiTüs , dc wijsgeer met horatics , en
de hekeldichter leert van juvenaus de zweep han-
teren , waarmede hij dc ondeugd en de dwaasheid
gecselen zal. Al dc waarheden , al het licht der
rede is in de werken van de schrijvers der oud-
heid begrepen. Zij prediken aan de jeugd onop-
houdelijk de liefde tot de deugd en het vaderland ;
en men kan de studie eener taal, die niet minder
lot de veredeling der ziel als tot de vorming van
den smaak bijdraagt, niet genoeg bevoideren.
Het is dus niet uit gewoonte, uit vooroordeel ,
uit blinde bewondering der ouden, dat men van de
Latijnsche (aal het hoofdonderwerp maakt van de
werkzaamheden der jeugd; het is omdat zij bij elke
goede opvoeding noodzakelijk is; dat men door haar
zijne moedertaal leert spreken cn schrijven , en
dat men in het hoofd van een kind eene menigte
denkbeelden en kundigheden inbrengt, welke hij op
eene andere wijze niet dan met groote moeite zou
verkrijgen. — < 3Iaar," zegt men, « deze zou hij ins-
€ gelijks door verlalingcn zich eigen maken." — Het
scheelt veel , dat dit hetzelfde zou zijn. Vooreerst
is elke vertaling, op drie of vier uitzonderingen
na, slechts eene flaauwe kopy van het oorspron-
kelijke. Om de ouden goed te kennen en van hun-
nen rijkdom voordeel te trekken, moet men ze in
hunne taal bestuderen.
Daarenboven zou eene goede vertaling niet toerei-
kende zijn. Het is niet omdat het kind leest, dat
hef leerl; er Is bij bem nog Ie veel onopledendhoid