Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
ontslaat uit het vrij algemeene gebruik, om hun de
kinderen gedurende het grootst gedeelte van den dag
toe te vertrouwen. Ik zeg niet, dat men dezelve zou
moeten ontberen; dat is niet gemakkelijk; maar het
zou het beste zijn , indien men dezelve slechts zelden en
in de onvermijdelijkste gevallen bij hen toeliet. Indien
het zelfs mogelijk ware dat zijn vader en zijne moeder
hem nooit verlieten, of liever dat goede meesters , van
zijne vroegste jeugd af, met de zorg over hem be-
last waren; dal hij alleen van hen de eerste indruk-
ken ontving, die in het vervolg zoo krachtig op hem
zullen werken ; dat hij zich, om zoo te zeggen, hun-
ne spraak, hunne wijze van zien en denken eigen
maakte, dan aarzel ik niet te verzekeren, dat zijne
opvoeding reeds half voltooid zou zijn op den leef-
tijd , waarin men zich naauwelijks met die van an-
dere kinderen bezig houdt. Ik geef dit niet op als
een regel, welke gevolgd moet worden; ik gevoel wel
dat deze wijze van opvoeden, waarvan men echter
voorbeelden heeft gezien, niet gemakkelijk is aan te
nemen; maar ik geloof dat de beste opvoeding diege-
ne zal zijn, welke daaraan bel naaste bijkomt.
Wanneer hel kind kan spreken, dat hij de woor-
den genoegzaam kent, en met spellen ophoudt, dan
moet men, om hem goed te leeren lezen, hem al
dc lettergrepen duidelijk en langzaam met eene wel-
luidende , heldere slem doen uitspreken, en hem doen
stilstaan bij diegene, welker klank niet zeer zuiver
en met bel goede gebruik overeenkomstig zou zijn.
Men moet te dezen opzigte streng en naauwkeurig
zijn, bij hen niels voorbij laten gaan , en al bleef hij
ook een uur bij eene bladzyde, niet verder gaan