Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
«gij sprceiit, is dat niet algemeen, en leert men niet
« overal het lezen aan de kinderen?" Ik weet het:
men leert hun de woorden kennen ; maar dat is niet
genoeg. Het is van het oogenbiik dat deze lessen
eindigen, omdat men dezelve voortaan als onnoodig
beschouwt, dat men daaraan eene nieuwe rigting
moest geven. Het werk is slechts geschetst; men
moet het noodzakelijk voltooijen.
Vóór dat men aan een kind goed lezen leert,
moet men hem leeren goed te spreken; en hiertoe
is er slechts één middel, namelijk in zijn bijzijn
zich altijd zuiver uit te drukken. Ce nest que par
l'milation, zegt büffon , que nous amenons pen a peu
nos organes d former des sons préeis, doux et bien
art'iculés. Bevindt hij zich een gedeelte van den dag
met lieden, wier uitspraak en wijze van uitdrukking
niet zuiver zijn, dan zal hij slecht spreken, hocvee
zorg men daaraan ook bestede, omdat hij natuurlijk
de buigingen hunner stem, hunne spreekwijzen, ja
zelfs hunne uitdrukkingen zal aannemen. Gelijk aan
die dieren, welke de kleur aannemen der voorwerpen ,
die hen omringen of waarmede zij zich voeden, zoo
ook bootst cn volgt hij, in weerwil van zich zeiven ,
alles na wat hij ziet en hoort; en even als de mi-
mosa kan de minste aanroering, het geringste
luchtje zijne kleuren doen veranderen en verwelken.
Dc dienstboden zijn gewoonlijk de oorzaak der kwa-
de gewoonten, welke een kind aanneemt, niet alleen
ten opzigte der spraak, maar ook nog ten aanzien
van den loon, de manieren en de zeden. Het is mg
steeds moeijelijk te begrijpen, hoe de ouders zoo zor-
geloos kunnen zijn omtrent hel groote nadeel, hetwelk
12