Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
neii ; maar heeft hij zijn achttiende jaar bereikt,
dan heeft hij ze vergeten; hij zal voor de geno-
niene moeite beloond zijn, en noch hij , noch zijne
ouders zullen geneigd zijn aan den leermeester eene
vrijmoedigheid en standvastigheid te verwijten, die
uitkomsten zullen opleveren, tot welke de leerling,
die met te veel toegevendheid cn zwakheid is be-
stuurd geworden, niet geraken zal.
Met betrekking tot het kind, dat door zijne ou-
ders bedorven is , en van hetwelk men zorgvuldig
de vermoeijenis en het verdriet heeft verwijderd ,
daarvan moet men, welk een' gelukkigen aanleg
hem de natuur ook geschonken hebbe, hoe groot
de bekwaamheden van zijnen onderwijzer ook mo-
gen zijn, slechts weinig verwachten; het is eene
mislukte opvoeding, en hierop maak ik geene uit-
zondering. Ik zeg niet dal, slrikt genomen , een
voorbeeld van het tegendeel niet kan bestaan; ik
zeg alleenlijk, dat ik cr nooit een enkel heb go-
zien noch hooren noemen (1).
Ik zou over een onderwerp, hetwelk de klip is,
waartegen bijna al de huisschjke opvoedingen schip-
breuk lijden, nog kunnen uitweiden , en spreken over
den aard der belooningen, die men aan een kind
moet verleenen, wanneer hij dezelve heeft verdiend.
(1) Er is misschien geen Tatler, die, Hit lezende, niet in-
wendig zegge , dat hem deze raadgevingen niet hetreffen. Ik
spoor echter velen van hen aan , om er eens goed over na te
denken , zich te overreden dat zij zeer slechte beoordeelaars van
hun eigen gedrag zijn , en dat zij er de kwade gevolgen niet
van kunnen ontdekken, voordat het kwaad geheel onherstel-
baar is.