Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
i(;i
ïmpenitere vero kunnen volhouden? Neen, neen, men
moet van hem deze bovenmenschelljke kracht niet
vergen. Wanneer zijne pligten en zijn bestaan met
elkander in tegenstand zijn, dan zal hij naar de
begeerte der ouders luisteren en hunnen wil invol-
gen ; maar ook wanneer zij, aan het einde der
opvoeding, te vergeefs de vruchten zullen zoeken
van tien jaren studie, dan zal hij hun met regt kun-
nen toevoegen: t Waarover beklaagt gij u, cn waar-
« om mij uw werk toegeschreven? Dat is mijn leer-
€ ling niet, het is de uwe."
Men heeft in vele huisgezinnen, en zelfs in eeni-
ge opvoedings-gestichten, de gewoonte om, wanneer
men een kind bestraft, zulks te doen door hem op
water en brood te zetten, of hem een gedeelte van
zijn middagmaal te onthouden. Het is mogelijk, dat
de vrees om eene spijs, welke hem behaagt, te ont-
beren, hem kan aanzetten om beter te werken, maar
ik ben er verre van af om dit middel goed te keu-
ren , omdat ik er geen ken, dat meer geëigend is
om zijnen lust tot lekker eten aan te zetten, door hem
te gewennen in dc genoegens, welke hierdoor verschaft
worden, eene der belooningen van zijnen ijver en
zijne vlijt te vinden.
Bovendien kunnen deze onthoudingen groote nadee-
len hebben voor zijne gezondheid. Met betrekking
tot deszelfs kracht heeft het kind meer behoefte dan
de volwassene mensch ; en ontberingen, die op eenen
dertig-jarigen leeftijd zonder gevaar zijn, kunnen op
eenen acht-jarigen zeer schadelijk werken. Is de
schotel, dien men hem onthoudt, overtollig, dan is
Let eene verkeerdheid hem denzelven te hebben gegeven ;
11