Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
Maar met deze middelen slaagt men slechts zelden.
Hoe veel zorg men aan de zedelijke opvoeding van
een kind ook gewijd hebbe, zal men echter afwis-
selend bij hem de onbesuisdheid, de kwade luimen,
de nalatigheid zich zien opvolgen. Dikwijls is stand-
vastigheid en somtijds zelfs strengheid noodzakelijk;
maar in dit laatste geval moeten de straffen, die men
hem oplegt, ten voordeele van zijn onderrigt strek-
ken. Men kan b. v. verzekerd zijn dat hij zal
trachten zijn werk goed tc verrigten, wanneer hij
zal weten dat het anders in de speeluren moet over-
gewerkt worden.
Deze kleine bestranTmgen zullen, ik weet het, de
oorzaak zijn van eenig verdriet; maar de ouders moe-
ten zich hierin schikken, want cr is geene goede op-
voeding , waar niet somtijds tranen worden gestort. Ow
est obiujc, zegt buffon , de contraindre l'enfant. II
est triste, maks nécessaire dc le rendre mallwuretix par
instants, piiisfjue ces instants manes de malheur sont les
germes de tont son bonheur a venir. Men ziet moeders,
die zich bij het minste verdriet harer kinderen kwel-
len, terwijl zij alleen moesten vreezen hetzelve voor
de berispingen cn straffen ongevoelig te vinden (1),
Ziedaar, om het in het voorbijgaan tc zeggen, de
reden, waarom de huisselijke opvoeding doorgaans zoo
slecht is. Wanneer een kind niet werken wil, schreit
hij. De moeder, om hem te troosten, schijnt tcwen-
(1) Ma mie, îeide ncsDKiK IV. toi zijne echtjjenoot, vous
pleurez quand je donne le fouet à votre fils; mais c'est
pour son bien, et la peine que je vous fais à présent vous éparg-
nera un jour bien des chagrins.