Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
welk zij Lij de hervatting hunner studiën zullen wor-
den onderworpen, hun lastig en gehaat wordt, en zij
een "gedeelte van hetgeen zij leerden weder hebben
vergeten. Wat is het overigens dat zij , wanneer zij
van de vacantiën terugkeeren, op de scholen mede-
brengen? Lust tot verstrooijing, afkeer tot het werk,
onbuigzaamheid en altijd eenige kwade gewoonten,
welke zij in het ouderlijk huis weder hebben aange-
nomen.
Deze nadeden zijn wel is waar geringer, wanneer
de leerlingen gedurende die twee maanden niet in
het ouderlijk huis terugkeeren, en dit geschiedt al-
leen wanneer dit te ver verwijderd is, dan dat het kind
tweemaal 'sjaars die reis doen kunne. Maar er zijn
nog twee groote gebreken; namelijk het verlies van
tijd en de verveling, welke het gevolg der ledigheid
is. Die verveling is zoodanig, dat ik in een instituut,
waar minstens twee honderd jongelieden gedurende
de vacantie overbleven, een groot gedeelte heb ge-
zien , die lang voor het weder aanvangen der klasse
gevraagd hadden, om hun dagelijksch werk te mogen
hervatten.
Dit zal hen niet verwonderen, die een weinig heb-
ben nagedacht over de kracht der gewoonte, cn
over het ongemak, hetwelk de menseh over het al-
gemeen ondervindt, wanneer eene algeheelc veran-
dering in zijne leefwijze plaats vindt. Bij het be-
gin der vacantiën geven de kinderen, die niet meer
dan twee of drie uren daags tc werken hebben, zich
geheel over aan dc vrijheid, welke zij genieten; maar
veertien dagen zijn naauwelijks voorbij, of de zatheid
ontneemt aan hunne spelen de genoegens, welke zij