Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
CU die aan dezelve gedeelteiijif toegewijd zijn, heeft
men in verscheidene instituten nog de gewoonte, om
eenen dag en somtijds nog de helft van eenen ande-
ren vrij tc geven, hetgeen anderhalve of derdehalve
dag per week is, behalve de feestdagen. Dc andere
dagen hebben de kinderen twee of drie uren speel-
tijd, en werken zij elf of twaalf uren. De overige
tijd wordt door de maaltijden ingenomen. Hoe veel
eerbied ik ook voor instellingen koester, voor welke
bet gezag van den tijd pleit, zoo kan ik mij toch
niet onthouden aan te merken, dat dc verdccling der
werkzaamheden niet gelijk is, cn dat dc leerlingen, in
een gedeelte der week weinig bezig gehouden, dit in
een ander gedeelte weder te veel zijn. Ware het
niet geschikter eenen of eenen halven rustdag af te
schaffen, en den leertijd op ieder der andere da-
gen met een uur te verminderen?
Men dringt sterk aan op de noodzakelijkheid,
welke er bestaat om de jeugd onophoudelijk bezig
te houden, dezelve, om zoo te zeggen , door eenen
aanhoudenden arbeid te vermoeijen , en alzoo de ont-
wikkeling van eenen zesden zin te vertragen , welks
uitwerkselen aan zijne gedachten somtijds eene ge-
vaarlijke rigting kunnen geven, en zijne vlijt cn zij-
nen ijver stuiten. Ik deel ook tot eenen zekeren graad
W deze mcening , cn ik ken het kwaad, waartoe
eene al te groote vrijheid leidt; maar ik geloof
niet, dat hetzelve op de instituten te vreezen is,
want daar heeft het kind weinig gelegenheid en
middelen , om er misbruik van te maken. Wie ziet
bovendien niet in, dat een geheele dag, in ledig-
heid doorgebragt, meer nadeel na zich sleept dan