Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
trouwen hestaan. Voldoet hij, dan moet men hem
al zijne regten laten; voldoet hij niet, dan moet
men een' anderen kiezen.
Dit gezag, waarop ik zoo sterk aandring, omdat ik
hetzelve volstrekt noodzakelijk acht, is niet alleen in het
belang van den leermeester, maar veel meer nog in het be-
lang van het kind , omdat het op deszelfs opvoeding den
grootsten invloed heeft. Zoodra het van den eersten af-
hangt om eene vacantie toe te staan of te weigeren, de-
zelve tot het voorwerp van eene straf of van eene beloo-
ning te maken, kan men ook de gevolgen van dit regt
op den tweeden beoordeelen naar zijne vlijt, naar zijnen
ijver, en vooral naar zijn gedrag jegens zijnen onderwijzer.
Ik herinner mij, eenigen tijd geleden, een kind tc
hebben gekend, dat sedert vier jaren in het ouder-
lijk huis werd opgevoed. Hij was twaalf of dertien
jaren oud, scheen zeer zacht van inborst, en het
ontbrak hem niet aan natuurlijk verstand; maar
hij was lui, even als dit bijna alle bedorven kinderen
zijn. Ik ondervroeg hem, en ik ontdekte weldra
hoe onwetend hij was. Ik was in het eerst daarover
verwonderd, en zijnen ouderdom en zijnen aanleg ia
aanmerking nemende, oordeelde ik, dat hierin welligt
de schuld aan den onderwijzer lag. Maar mijne verwon-
dering vermeerderde , toen ik , na met dezen laatsten
gesproken te hebben, gewaar werd, dat hij groote kunde
cn een goed oordeel had, en dat hij , doordrongen van
de gewigtigheid zijner bediening, al dc eigenschappen
bezat, welke vereischt worden om dezelve waardiglijk
te bekleeden. Nieuwsgierig om de waarheid te ont-
dekken, deed ik hem eenige vragen; maar, zoo als
men ligtelijk zal begrijpen, kon ik in den beginnen
10