Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
ke ik even als zij zou kunnen afleggen, en die zoo
wel hunne als mijne eigenliefde zou kwetsen.
Hier zal men inzien waarom ik, over de keus
van een' onderwijzer cn de eigenschappen, welke hij
hebben moet, sprekende, zoo zeer heb aangehouden op
het nuttige en zelfs op het noodzakelijke, om bij
hem een gezond en geoefend oordeel te zoeken,
vermits het grootendeels naar het zijne is, dat het oor-
deel van zijnen leerling zich vormt. Het is minder
noodig, dat zijne kennis grondig, dan verscheiden zij.
Het is onmogelijk, dat hij alles goed kenne, maar hij
moet van alles iets weten; want het zou zeer nadeelig zijn,
indien hij dikwijls genoodzaakt was om, ter beant-
woording der door zijnen kweekeling gedane vragen,
tot boeken zijne toevlugt te nemen. Het zou echter
veel schadelijker zijn, indien hij, om niet verlegen
te staan, een antwoord gaf, hetwelk dezen laatsten in
dwaling zou doen vcrkeeren. Dit doen de meeste
onderwijzers, welke met deze verkeerde en gevaar-
lijke leer van seneca zijn doordrongen: Sat'ius est
supervacua dicere, quam nihil. In dit geval is het be-
ter om, indien het mogelijk is , de vraag, zonder dat
de leerling dit bemerkt, te ontwijken, of eenvoudig
te zeggen, dat men dezelve niet kan oplossen, zon-
der alvorens eenige nasporingen te doen. Deze, in
eenen man van verdienste zoo zeldzame en zoo prij-
zenswaardige bescheidenheid is reeds ccne les voor
het kind, en kan dienen om hem in het vervolg te
vrijwaren tegen een gebrek, hetwelk in de zamenle-
ving zeer algemeen is, namelijk te spreken over het-
geen men niet weet, en bij de onwetendheid
dwaasheid en verwaandheid te voegen, liet voor-