Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
plaats van al Lctgecn de tijd ons ontroofd heeft,
en zijn de troost en steun van onze laatste jaren.
Disce piicr artcm, zeide een oude schrijver, quce,
fracla navi, cum domino enatet.
Dit gedeelte der opvoeding is in de scholen en
opvoedings - gestichten geheel vreemd, omdat het aan
eenen onderwijzer, aan wien een vijftig - of zestigtal
leerlingen zijn toevertrouwd, onmogelijk is, aan elk
hunner eene bijzondere oplettendheid te verleenen. De-
ze laatsten vormen zich dus wegens alles, wat aan
hunne boeken vreemd is, eenen kleinen voorraad van
denkbeelden en meeningen, waarvan hun, bij hunne
intrede in de wereld, bijna geene enkele van nut
zal zijn.
Ik wenschte, dat diegenen mijner lezers, welke in
een instituut zijn opgevoed, en er , zoo als men het
doorgaans noemt, goed hebben gestudeerd, zich het
oogenblik konden herinneren, waarop zij bij hunne
familie terugkeerden. Ik stem gaarne toe, dat de
behaalde prijzen goed verdiend waren, en dat hun
geheugen ruim belast was met latljn, geschiedenis,
letter-, aardrljks-, wiskunde, enz. Maar dit alles is
het niet, waarop het aankomt. Ik wenschte alleen
dat zij mij wilden zeggen, welke vorderingen hun ver-
stand , hun oordeel, hun begrip gemaakt hadden; dat
zij zich de menigte van dwalingen, valsche meenin-
gen en ongerijmde denkbeelden herinnerden, welke
hun hoofd opvulden, niet dan met moeite en na
verloop van tijd daaruit zijn verdrongen, en waar-
van er zekerlijk nog eenige overgebleven zijn. Ik
geloof, dat zij met het antwoord aarzelen zouden:
maar ik zal niet op eene bekentenis aandringen, wel-