Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
zij dezelve een oogenbiik hadden willen onderzoe-
ken, in hunnen geesl een zeker gezag bij. Zij
worden oud, zonder geleerd te hebben zich van hun
eigen verstand te bedienen, cn sterven zonder mensch
te zijn geweest.
Wanneer een kind vroegtijdig de gewoonte beeft
aangenomen, om over alles wat hij hoort en ziet na
te denken; zijne rede niet slaafs aan het gezag
van anderen te onderwerpen; de daadzaken, die het
kenmerk der waarheid niet dragen, te onderzoeken;
slechts langzaam, en na alvorens omtrent de zaken ,
die onder het gebied van het verstand behooren,
de verschillende meeningen te hebben overwogen,
een besluit te nemen; dan heeft hij onbegrijpelijk
vele voorregten, wanneer hij zijnen rang in dc
maatschappij inneemt, niet alleen ten opzigte zij-
ner meerderheid boven de meeste mensehen van
zijne jaren, maar ook om zich in alle omstandigheden
van zijn leven te gedragen. Niets is hem vreemd.
Hij begrijpt en leert zoo spoedig, dat er bijna niets
is, waarin hij schijnt onervaren te zijn. Men kan
op hem toepassen, hetgeen horatiüs van aristippus
zeide: Omnis aristippüm decuit color, et status, et res.
Hoe vele kundigheden bij in den loop zijner opvoe-
ding ook hebbe verkregen, zij zullen hem voorzeker
niet nuttiger zijn dan een juist, vlug, doordringend
verstand, een gezond en krachtig oordeel, die hem
overal volgen, en van dienst zijn. Het geheugen,
dat, dagelijks afnemende, ons die schatten doet ver-
liezen , heeft op deze geenen invloed. Somtijds ver-
minderen zij met den hoogen ouderdom; maar zij
zijn de laatste, die ons bijblijven; zij bckleedcn de