Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
De nieuwsgierigheid, waarvan ik zoo even melding
heb gemaakt, is bij een kind zeer natuurlijk , om-
dat zij ontstaat uit de begeerte cn de behoefte tot
leercn (1): men moet van deze neiging gebruik ma-
ken , en die zelfs aanwakkeren. Het gelukkigste wa-
re het voor hem, indien men hem geen enkel oor-
deel liet vellen zonder vreemde hulp, voor dat zijn
verstand, zich versterkt hebbende, hem in staat zal
stellen zijne denkbeelden met elkander te verbinden,
dezelve onderling te vergelijken, en uit zijne
eigene opmerkingen juiste gevolgtrekkingen af te lei-
den. Hij zal zich somtijds kunnen vergissen , maar
heeft men hem gewend om niet te veel vertrouwen
op zijne eigene krachten te stellen , dan zal hij al-
leen over zaken oordeelen, welke hij lang cn rijpe-
lijk heeft onderzocht; en verkeert hij in twijfel,
dan zal hij altijd genegen zijn om zich op dc on-
dervinding van anderen te verlaten, cn van hunne
kennis nut te trekken. De verklaringen, die men
Lem geeft, moeten kort, duidelijk en naar zijnen
ouderdom geëvenredigd zijn. Indien zij, ten gevol-
ge der door hem gedane vraag, van dien aard wa-
(1) Eenige lezers zullen mij ongetwijfeld hier doen opmer-
ken , dat men kinderen ziet, die geen' den minsten lust too-
nen naar onderrigt. Ik weet het , maar men moet daarom
niet wanhopen; en hierin beslaat de kunst Tan den onderwij-
zer , dat hij die nieuwsgierigheid , zonder welke men niet sla-
gen kan, weet op te wekken. Met een bepaaldelijk dom
kind is overigens elke leerwijze vruchteloos, even als er voor
een kind , dat vermogens en lust tot leeren heeft , geene leer-
wijze noch leermeester slecht kan zijn. Het is geen van beide
deze kinderen, welke ik hier bedoel; voor hen, die in uiter-
sten vervallen , schrijf ik niet.