Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
cn niet verwonderd zijn, dat bij na acht dagen cei»
gedeelte van hetgeen men hem heeft gezegd verge-
ten heeft. Zijn hoofd, dat nog zoo zwak is, kan
zoo vele nieuwe indrukken niet bevatten. Het zou
welligt zeer goed zijn om stapsgewijze voort te gaan,
maar de nieuwsgierigheid en de menigvuldigheid
der gewaarwordingen van de eene zijde, en het ge-
vaar van dwalingen tot hem te laten doordringen van
de andere, maken deze traagheid onmogelijk. Men
moet zich derhalve laten welgevallen, om dikwijls de-
zelfde zaken te herhalen. Dit is niet verloren, want
door gedurig dezelve aan zijnen geest voor te stellen,
zullen zij zich eindelijk daarin griffen op ccne wijze,
die dezelve onuitwischbaar zal doen zijn.
Men kan zich overigens verzekeren, dat ccne
tiitlegging voor een kind niet vruchteloos is geweest,
door hem dezelve te doen herhalen; niet met dezelf-
de woorden, dit zou hij kunnen doen zonder de
hulp van zijn verstand, en alleen door zijn geheu-
gen bijgestaan; maar met verandering van voorbeel-
den en uitdrukkingen. Wanneer hij eene stelling goed
zal hebben begrepen, zal hij niet verlegen zijn om
daarvan eene rigtige toepassing te maken. Hij zal
misschien somtijds eenige moeite hebben om zijne
denkbeelden uit te drukken, maar hieruit moet men
niet besluiten, dat die denkbeelden in zijnen geest
verward zijn. Dagelijks ziet men kinderen , cn zelfs
volwassene menschen, die zeer goed begrijpen cn
zich slecht uitdrukken, en bij wie dc woorden.
niet zoo ganakkelijk aankomen, als nonATiüS en boileau
dit beweren. Deze stelling, hoewel algemeen waar,
is echter aan talrijke uitzonderingen onderworpen.