Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
komt van het verschil tusschcn die nieuwe gewaar-
wording cn degene, welke hij in de buitenlucht heeft
ondervonden.
Deze verklaring zal misschien, in den beginne,
voor hem niet zeer duidelijk zijn; maar het voor-
naamste is hier, dat men hem aantoone dat hij zich
in zijn eerste oordeel beeft vergist, om hem min-
der voorbarig te maken in zijne oordeelvellingen. Me»
heeft reeds eenen grooten stap gedaan, wanneer men
hem die wijze omzigtigheid, dat wantrouwen van
zich zclven heeft ingeboezemd, welke later het voor-
naamste kenmerk is van een gezond oordeel. Door
de dwalingen uit zijn jeugdig verstand te verdrijven,
zal het vatbaarder worden voor waarheden, en de-
ze zullen er spoediger en gemakkelijker ingang vin-
den; want het is in den beginne niet zoo zeer ge-
wigtig hem vele nuttige zaken te doen leeren, als
hem te verhinderen nuttelooze aan te leeren. Dit
beginsel is een der grondslagen van elke goede opvoeding.
Hoe veel moeite men er ook aan bestede om zich
door een kind te doen begrijpen, is men niet altijd ver-
zekerd dat hij goed gevat hebbe, wat men hem heeft
verklaard, omdat hij, het zij uit verveling, het zij
uit vrees van beknord te worden, zegt dat hij ver-
staan heeft, zelfs dan wanneer dit onwaar is. Dit is
een misslag, welke met de grootste zorgvuldigheid
moet vermeden worden, cn waarheen eene kwalijk
begrepene strengheid onfeilbaar zou geleiden. Der-
halve zijn , wanneei^ men hem iets onderwijst, het
geduld en de zachtheid niet minder noodzakelijk dan
duidelijkheid. Men moet niet boos word'en, indien
hij bij de eerste maal niet aanstonds heeft begrepen,