Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
IrekLingen, die hem overigens bijna alle onbekend
zijn, In dit opzigt verschilt hij niet veel van de
meeste menschen , die, door eene zeer algemeene
traagheid van geest, slechts een gedeelte dier betrek-
kingen beschouwen en dus verkeerd oordeelen. Bij geen
van hen echter is er, zoo als men dit gewoonlijk
denkt, een natuurlijk valsch oordeel, en dit is zoo
overtuigend waar, dat hij, die tracht te leeren en
vooral van het geleerde eenige vrucht te trekken,
gedurige gelegenheden vindt om zijn oordeel te ver-
beteren, en daaraan meer kracht in juistheid geeft,
naar mate hij den kring zijner denkbeelden uitbreidt
en zich aan nadenken en overwegen gewent (1). De
man, die een valsch oordeel schijnt te hebben, is
degeen , die , gewoon om meeningen, welke hij in
zijne jeugd heeft aangenomen , als waar te beschou-
wen , cn welke hij door die traagheid van geest,
waarvan ik gesproken heb, uit gebrek aan verstand
of uit stijfzinnigheid niet op nieuw heeft willen on-
derzoeken, niet alleen dezelve staande houdt, maar
niet tracht daarvan tc veranderen, omdat hij gelooft
dat hij niet noodig heeft dit te doen. Dit is eer
(1) Het lijn echter niet altijd denkbeelden, welke ons ontbreken ,
om ons oordeel uit te breiden : de juistheid van hetzelTe hangt
dikwijls ook af van de regtschapenheid yan het hart en van
de bedaardheid der hartstogten. Wanneer ik hierboven eene
stelling aanviel, welke ik vermeen valsch te zijn, hoewel zij
van CONDILLAC is , heb ik niet willen beweren, dat onze harts-
togten en onze ondeugden niet somtijds bijbrengen, om aan ons
oordeel eene verkeerde rigting te geven, of liever helzelve le
bedekken; ik heb enkel gezegd en getracht te bewijzen, dal
dil niet allijd gcbeurl.