Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
LES zeide , dat men leert deugdzaam te worden door
met hen om te gaan, die het zijn. Indien de men-
schen reeds door eene natuurlijke aandrift geneigd
zijn tot navolging, tot het aannemen der manieren,
gewoonten , hoedanigheden van hen, met wie zij
leven, met hoe veel meer reden ontvangen de kin-
deren , wier zintuigen zoo teeder zijn, gemakkelijk
het afdruksel van hetgeen hen omringt. Het moet
voor de ouders eene krachtige beweegreden zijn om
over zich zeiven te waken , te trachten hunne eigene
gebreken te verbeteren, of ten minste zich in de
tegenwoordigheid der kinderen daaraan niet over te
geven. In de volgende verzen :
Ml dïclu foedimi visuque haec iangal
Intra qiice puer est......
schijnt jüVENALis ons de onschuld voor te stellen
als eene godheid , en de plaats die zij bewoont,
als een heiligdom, hetwelk door oneerbare woorden
of gebaren niet moet bezoedeld worden. Welke
vrucht kan ook een vader van de lessen, die hij
dagelijks geeft, verwachten , indien hij zelf de grond-
beginselen schendt, welker wijsheid hij roemt en
welker uitoefening hij aanprijst? Niet alleen verlie-
zen de kinderen den eerbied en de soort van
vereering, die zoo veel gewigt aan de raadgevin-
gen , die zij ontvangen, bijzetten, maar zij eindi-
gen ook nog doorgaans met de gebreken en on-
deugden aan te nemen van die personen, die hen
omgeven. Bij de opvoeding moeten de daden met
de woorden gepaard gaan, en wat ik ook gezegd