Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
vaar af te weren , en indien hun kind, wanneer de
hartstogten het komen kwellen, en zullen trachten
hem te onderwerpen, in zijne rede en in dc zede-
lijke kracht, welke de vrucht zal zijn van zijne op-
voeding, de middelen vindt om ze te bestrijden
en dezelve te weörstaan!
De mensch, cn dit ligt in zijne natuur, moet
hartstogten hebben: hem die te verwijten cn trach-
ten dezelve te onderdrukken, is eenen eik tc ver
hinderen dat hij eikels voortbrengc. La durée de
nos passions, zegt larochefoucault , ne dépend pas
plus de nous que la durée de nolre vie. Wanneer deze
zich bij een kind vertoonen, is het niet meer door
dwang, dat men hem moet leiden. De overreding,
de redenering, de raadgevingen der ondervinding
zijn dc middelen, waarvan men zich moet bedienen.
Wanneer men den mensehen zegt, dat de wet de
gevolgen van zondige hartstogten straft, dan spoort
men hen minder aan om deugdzaam te zijn, dan
om zich voor haar te verbergen; indien men alleen-
lijk wordt teruggehouden door de vrees voor de
straffen, welke zij oplegt, dan blijft men dit niet
lang; en hij, die enkel de eerlijkheid bezit, welke
de wet vereischt, en zich alleenlijk onthoudt van
hetgeen zij straft, is nog een zeer oneerlijk mensch.
Qucc, quia non lieeat, non facit, illa facit, zegt oviduis.
Het is de vrees voor zijn geweten, welke men een
kind moet inboezemen. Het is met de woorden eer
cn deugd, dat men hem moet besturen; hel is door
hem het bespottelijke, dc schande, ja zelfs de eerloos
heid te doen inzien, welke den man aankleven, die
aan zijne hartstogtcu is overgegeven , dat men hem