Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
•verbergen, en zeker doet hij dit, zoodra hij het
slechts kan. Te vergeefs zegt men hem dat liegen
kwaad is, hij ziet in zijne leugen niets dan zijn te-
genwoordig voordeel, namelijk niet bestraft te wor-
den ; en hij vergeet eene zedeles, welke het te be-
spottelijkcr is hem te geven, daar zeer weinige men-
schen in staat zijn dezelve te begrijpen of te volgen.
Het kind begint het nut te gevoelen van dien in de
zamenleving zoo zeer in gebruik zijnden gcmakkelij-
ken grondregel: eene verborgene zonde is half vergeven;
en al zijne loosheid, al zijne kleine listen hebben
ten doel, óf het gedane kwaad te verbergen, óf
den bedrijver onbekend te doen blijven. Ziedaar het
gevolg van de onvoorzigtigheid cn het gebrek aan
oordeel der vaders en moeders, wier kwalijk be-
grepene strengheid een kind tot liegen noodzaakt,
terwijl zachtheid en belofte van ongestrafthcid hen
natuurlijk tot de bekentenis zouden leiden, welke zij
hem trachten te ontlokken.
Had deze straffeloosheid eenig nadeel, dan zal
men met mij, hoop ik, wel instemmen, dat het
ergste van allen wel zou zijn , hen aan veinzerij of
leugenachtigheid te gewennen. Maar ik geloof niet
dat zij eenig bezwaar hebbe. De gebreken van
een goed opgevoed kind zijn zeldzaam en onbelang-
rijk : somtijds is het enkel noodig hem dezelve te
doen kennen, om hem aan te sporen niet meer in
dezelve tc vervallen ; en moet men bovendien ook
niets aan de onbedachtzaamheid van zijnen leeftijd
toegeven? Welke oplettendheid hij bij de lessen
brenge, welke men hem geeft, hoe groot zijne be-
geerte ook zij om dezelve te volgen, is de zwakheid