Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
gctclhcid van ccncn misslag tc verkrijgen, omtrent
welken ons geweten stom blijft. Lezers, gij kunt
mij gelooven, cr is geen verdriet, hetwelk de kin-
derlijke liefde niet eindelijk verzacht, geene wonde,
welke zij niet sluit; terwijl cr geen vrede noch ver-
geving is voor hem, die zich aan de misdaad van
€UAM heeft schuldig gemaakt (1).
Is de eerbied voor onze ouders eene verpligting,
met de liefde en de dankbaarheid is het niet zoo
(1) China is misschien Tan al de landen der wereld, dat-
l^cen , lielwelk de minste Toorbeelden oplevert van ondankbaarheid
of het vergeten der pligten van kinderen jegens hunne ouders.
Bij de Chinezen is er geene deugd , welke meer wordt aange-
prezen dm de gehoorzaamheid van de kinderen, geene grootere
misdaad dan de ongehoorzaamheid. Ouderdom , rang, eene bil-
lijke of vooronderstelde ontevredenheid kunnen een* zoon niet ont-
slaan van den eerbied , dien hij aan zijne ouders verschuldigd
is. Gebeurt het, heigeen allerzeldzaamst is, dat een vader
door zijn' zoon mishandeld wordt, of wat nog zeldzamer is,
dat een zoon in een oogenblik van woede eenen oudermoord
begaat, dan verspreiden zich schrik en ontsteltenis over de ge-
Jieele provincie; de straf strekt zich over alle blocdverwanlen
nit; en de Mandarijns van het gewest worden van liunoe be-
diening ontslagen. »Het is hunne schuld," zegt men; »zij
hebben niet genoeg over de goede zeden gewaakt. De schuldi-
ge zou deze misdaad niet hebben bedreven, indien men zijne
verderfelijke neigingen had onderdrukt , en zijne eerste misslap-
pen had gestraft." Een vader , die zijnen zoon bij eenen Manda-
rijn aanklaagt wegens gebrek am eerbied , behoeft geene bewij-
zen te leveren. De zoon gaat voor schuldig door , en de aan-
kUgt des vaders is altijd billijk. Integendeel zou een zoon ais
een monster worden beschouwd, indien hij over zijnen vader
klaagde. Deze vermetelheid zou hem zelfs het leven kosten.
T> Het is de pligt eens zoons," zeggen de Chinezen , » te ge-
hoorzamen en geduld tc nemen. Van wien zal hij iels dulden,
indien hij dit van zijnen vader niet kan?"