Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
101)
ral hij dc lusten, de afkeerighedcn en dat afgrij-
zen niet kennen , welke zoo veel last en dwang ver-
oorzaken , cn die, zoo als cicero zegt, tot eene
tweede natuur worden : Consueltidbie quasi altera naturn
effwitur.
Het is in het eerst niet door overreding, dat men
dit doel bereikt. In alles wat zijn tegenwoordig
welzijn niet betreft, is het kind daarvoor niet vat-
baar. Het voorbeeld en , indien het noodig is, het
gezag zijn de middelen, die men gebruiken moet,
en de eenige, waarmede men slagen kan. Tot den
ouderdom van vijf of zes jaren heeft hij nog
bijna niets uit zich zeiven: hij heeft weinig bepaalde
denkbeelden, handelt bijna enkel uit navolging,
en gelijk zachte was neemt hij al de indruksclen
aan, die men hem geven wil. Zie hem op dien
leeftijd, bestudeer zijn karakter en zijne neigingen,
let op zijne lusten , zijne gewoonten , zijne spraak,
cn gij zult aanstonds kunnen ontdekken , of hij door
zijne ouders is opgevoed , of aan onderhoorigen is
overgelaten. Door hetgeen zij zijn , en door hetgeen
hij is, zult gij in staat zijn te oordeelen over
hetgeen hij eenmaal zijn kan, en over den invloed,
welken de lieden en dc zaken, waarvan hij nu
reeds het indruksel draagt, op hem zullen uitoefenen.
Ik zal later op het vrij algemeen gebruik cn op
het groote nadeel terugkomen, dat er in gelegen is
om kinderen bijna gestadig met de bedienden te
laten. Ik gevoel, dat het moeijelijk is hen de
zorgen niet te doen deelen, welke een kind in de
eerste jaren vereischt; maar men moet nooit uit
het oog verliezen, dat hoe langer men dezelve bij