Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
De lessen, welke een kind beneden de Iwee ea
drie jaren ontvangen kan, bepalen zich tot eéne,
namelijk het gevoel van deszelfs afhankelijkheid.
Zijne pligten vloeijen daaruit natuurlijk voort, want
de gehoorzaamheid , de onderwerping, de eerbied ,
zelfs de genegenheid en de dankbaarheid zijn den-
genen onbekend, die gelooft dat de oplettendhe-
den , waarvan hij het voorwerp is, hem verschuldigd
zijn. Al ware hij de zoon van eenen vorst, dan is hij
bovenal een kind, en moet gehoorzamen. Indien
men hem niet vroeg gewent om naar de rede van
anderen te luisteren, kan men zeker zijn dat hij
later naar zijne eigene niet hoorcn zal (1). Derhal-
ve, ik herhaal het, zoodra hij zal schijnen te wil-
len bevelen , dan moet men op zijn tranen noch op
zijn geschreeuw acht geven; al de zorgen, welke
zijn leeftijd vereischt, moeten hem worden gegeven,
niet omdat hij dezelve zal hebben gevraagd, maar
omdat men dezelve noodig zal hebben geacht; en hij zal
gemakkelijker dit onderscheid weten te maken , dan men
wel denkt. Een voorbeeld zal daarvan het bewijs leveren.
Ik heb eene moeder zeer goed gekend, die zich
geheel met de opvoeding van haren zoon had belast,
en met niemand de moeite wilde deden, welke baar
deze opvoeding veroorzaakte. Toen het kind een
jaar of vijftien maanden had bereikt, speelde hij
vrij op een tapijt in de kamer en onder het opzigt
zijner moeder. Wanneer hij viel, en dit gebeurde
wel honderd malen op éénen dag, dan liep deze
in den beginne naar hem toe, nam hem op, lief-
(1) Filii tibi sunt, curva illos a pucritia illorum.