Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
Jicn omringt be/ig te houden en vooral Ie onderwer-
pen; somtijds ook, maar veel zeldzamer, zachtheid,
gevoeh'gheid, geduld, enz. te ontdekken. Dat het
kwade het goede zoo ver overtreft, kan geenszins
verwonderen. Eene menigte gevaren omringen zijne
kindschheid; pijn kwelt de eerste oogenblikken van zijn
bestaan; in fragili corpore odiosa omnis offensio est,
zegt cicero; zijne zwakheid veroorzaakt en verklaart
eenen toestand, die niets verschrikkends heeft, om-
dat hij altijd met dezelve verdwijnt. In dc keten der
wezens geplaatst, is hij reeds aan dezelfde w^etten
onderworpen. En inderdaad vinden zachte en vreed-
zame gewaarwordingen niet dan moeijelijk ingang in
ten lijdend ligchaam; de \Tede der ziel schijnt een
gevolg te zijn van dien des ligchaams, en de deugden
zijn gewoonlijk de gezellen der gezondheid.
genwooidigheid TaQ den doctor gebragt; zij komt de kamer
barer moeder binnen; bij ziet haar eenen somberen, woeslen blik
verpen op een kind van vier maanden, hetwelk de moeder zoogde;
dat men de kleine zieke weder we^brenge j zeide de arts oogen-
blikkelijk, ik ken de oorzaak van hare kwaal y zij zal gene^
zen worden. Hij raadde toen aan de moeder, dat zij de zui-
geling in eene verwijderde kamer zou brengen, haar daar zou
gian opzoeken om haar de borst te geven, en haar geheel aan
het gezigt der zieke onttrekken , waarmede zij zich dan geheel
moest bezig houden. Dit voorschrift werd gedurende twee jaren
sliptelijk nagekomen; na verloop van dien lijd berigtte men aan
de oudere zuster, dat men haar een lief meisje zou geven,
waarvan zij de vriendin en de beschermster wezen , en dat
met haar spelen zou; men liet haar daarnaar wachten en ver-
langen. In het vervolg hebben deze twee zusters elkander iu-
niglijk bemind, en de oudste heeft aan eenen scherpzianigen
opmerker niet alleen hare gezondheid, maar ook het geluk vao
haar gansche leven te danken gehad.