Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
anderen, even als eene plant, welke een gansch
jaar in eene broeikas bewaard is, niet zonder gevaar
aan de opene lucht kan worden blootgesteld. Maar
is hij zoo gelukkig geweest, dat deze zorgen zijne
wieg niet hebben omringd en naar mijne meening
de zwakheid van zijnen leeftijd niet hebben verlengd,
dan worden zij voor het overige van zijn leven hem
nutteloos. Het is, zoowel met betrekking tot het
ligchamelijke als tot het zedelijke, in de jeugd, dat
men den grond legt tot eenen gelukkigen ouderdom;
en hij, die met zijn twintigste jaar geene uitspattin-
gen deed, kan zulks straffeloos doen, wanneer hij cr
zestig zal hebben bereikt. De landbewoner kent bij-
na geene verkoudheden; hij is ongevoelig voor de
warmte, voor de koude, voor al de guurheid van
het weer, omdat hij, van zijne jeugd af aan , als het
ware midden in het veld opgegroeid, zich verhard
heeft tegen al die gewaande gevaren, welke de
stadbewoner gedurig tracht te voorkomen. Zie de-
zelve in de legers, gij zult ze zonder moeite van
elkander onderscheiden. Door den eenen onderhou-
den zij zich, terwijl de andere, bijna altijd onbe-
kwaam om lang de ontberingen en vermoeijenissen
te verduren, kwijnt en in de hospitalen gaat sterven.
Ik schaam mij, ik beken het, om zoo lang bij
dit onderwerp te blijven staan; maar ik schrijf niet
voor hen, die hunne kinderen weten op te voeden.
Het is voor de anderen, dat mijne raadgevingen nut-
tig kunnen zijn, en vooral voor de moeders, die,
met eene ware liefde voor hun kroost vervuld, en
alleen deszclfs tegenwoordig en toekomend geluk
wcnschende, zich zonder nadenkeo laten wegslepen