Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
9i
heeft, mijns inziens, veel invloed gehad op den mensch ,
alleen uit het physische oogpunt beschouwd. Blijft
nog te weten, of hetgeen hij gewonnen heeft zoo
veel waard is, als hetgeen hij heeft verloren. Maar
zou hij minder gelukkig zijn, indien hij die overtol-
ligheden niet bezat, die hem overal volgen en strek-
ken om zijn gestel te ontzenuwen, en het mensche-
lijk geslacht te verbasteren? Meer dan twee derden
van het menschdom kennen dezelve niet, en men
ziet toch niet, dat hunne leefwijze voor de bevol-
king ongunstig zij. Integendeel, die bevolking is som-
tijds, wanneer bloedige oorlogen of groote plagen
derzelver toeneming niet stremden, zoo sterk gewor-
den, dat volksverhuizingen noodzakelijk zijn geweest.
Het Zuiden van Europa heeft die invallen nog niet
vergeten, die hetzelve in verschillende tijdperken heb-
ben verwoest, en die aan deszelfs inwoners een men-
schenras deden kennen, onder de legertenten geboren
en opgevoed, en in kracht en moed zoo ver boven
den verwijfden Europeer verheven, als het dier, dat
vrij in de wouden leeft, het is boven datgene, het-
welk wij in kooijen opsluiten of aan ketens leg-
gen (1).
Overigens is het niet, wanneer een kind acht of
tien jaren bereikt heeft, dat men moet beginnen hem
op te voeden op de wijze, waarvan ik hier de
voordeden aanwijs. Indien hij tot dien tijd met
te veel zorg en weekelijkheid is opgevoed, zou het
welligt nadeelig zijn plotseling zijne leefwijze te ver-
(1) De geschiadschrijTers noemden het Noorden: officina
gentium.