Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
ten gevolge heeft. l'ropier uïuwi cuiisas v'wcndï per-
dunt, zegt een oude schrijver.
Over het algemeeu gchrailit de mensch te veel
voedsel. Een der beroemdste geneeshceren van Eu-
ropa , MOJiTANüS , zeide, dat van dertig personen, die
bij eenen maaltijd vereenigd zijn (I), ten minste achten-
twintig , na een half uur aangezeten te hebben, zonder
eetlust en zelfs zonder behoefte eten. En inderdaad,
dat het tweede en derde gercgt van den maaltijd van
eenen rijken overtollig zijn, is zulk eene waarheid,
dat de geheele kunst van den kok daarin bestaat,
om schijnbaar den eetlust der gasten te onderhou-
den , door hun alles aan te bieden, wat den smaak
kan strcelen en nieuwe begeerten wekken. Hier
verschijnen de gebakken , de konflturen, de lekker-
nijen van allerlei aard. Hier moest de wijze op-
houden , want zijn maaltijd moest eindigen op het
oogenblik , dat, zijne behoeften voldaan zijnde , het
gevaar begint. Diogenes , op straat eenen jon-
geling , die zich naar een gastmaal begaf, ontmoe-
tende , bragt bem naar zijn huis terug, om hem
te behoeden, zeide hij, voor een groot gevaar ,
naar hetwelk hij zich onvoorzigtigüjk begaf.
Men kan ligtclijk ocrdeelcn , dat, indien men ecu
kind aan deze leefwijze eenmaal heeft gewend , het
moeijelijk wordt hem die gewoonte te doen verlie-
(1) Al de maaltijden moesten gelijken naar die, welke piato
somtijds aan zijne vrienden gaf, en die , volgens cicero , niet alleen
dien dag, maar ook nog den volgenden genoegen deden. Dc
avondmaaltijden der Academia, zegt eiiakus, verschaften eenen
soeten slaap en een nog zoeter oniivalcen.