Boekgegevens
Titel: Beginselen der differentiaal- en integraal-rekening
Auteur: Schmidt, Izaäk Riewert
Uitgave: 's Gravenhage [etc.]: Gebr. van Cleef, 1837
2e vermeerd. uitg; 1e dr.: 1822
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 680 D 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204767
Onderwerp: Wiskunde: gewone differentiaalvergelijkingen, Wiskunde: reële analyse
Trefwoord: Gewone differentiaalvergelijkingen, Integraalrekening, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der differentiaal- en integraal-rekening
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD. vn
Bijzondere gevallen, die bij dit verdeelen plaats kunnen bebben, en
onderzoek van den vorm, velken alsdan de eenvoudige breuken moe-
. ten aannemen. pag. 118
Voorbeeld , strekkende om aan te toonen, hoe men de onbepaalde coefli-
. cienten der tellers kan vinden, door het gelijk stellen v^n de cocfll-
cienteu der gelijknamige magten van Xy in de verkregene identieke
vergelijking. 149
Voorbeeld, hoe men dit zelfde doel bereikt, door in de identieke verge-
lijking aan x verschillende -waarden te geven. 151
Aanwending van de leerwijze der onbepaalde coëflicienten, om een' der
tellers van de gedeeltelijke breuken, welker noemer van .den eersten
graad is en slechts ëéumaal voorkomt, afzonderlijk te berekenen, idem,
Hoe men de differentiaal-rekening tot het laatstgenoemde einde kan
aanwenden. 153
Opmerking, dat de beide laatste leerwijzen ook kunnen worden gewijzigd
om toegepast te worden, indien dc noemer meer dan t'énmaal eenen
factor van den eersten graad, en ëen- of meermalen factoren van den
tweeden graad bevat. 155
Voorbeelden. 15G
toepassing der dïfferen ti a at-re ken in g op
de theorie der kromme lijnen*
Over het trekken der raaldijnen. ^ 156
De hoek, welken de raaklijn met de as der abscissen maakt, heeft al-
tijd--tot trigonometrische tangens. 157
Formulen ter berekening van de subtangens, subnormaal, tangensen
normaal. 158
Hoe men ' deze formulen moet herleiden, opdat zij tot de as der ordi-
naten betrekkelijk zullen zijn. idem.
De subtangens enz, voor de kegelsneden te vinden. , idem.
Over de conchoïde cn derzelver voornaamste eigenschappen. 159
Wat men door keerpunten ^ knoopen en huigpunten verslaat. 160
Een keerpunt kan worden aangemerkt als de overgang van eenen knoop
tot een stelsel van twee huigpunten. idem.
Over de cissoïde en het vinden van derzelver raaklijnen, 104
Voornaamste.eigenschappen van de cycloïde, 106
Over dc logarithmische kromme. , 171
Over de quadratrix, 173
Bepaling der asymptoten, 176
Tot het bestaan van asymptoten wordt vercischt, dat de kromme lijn
oneindig afgelegen punten heeft. J77