Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
se. Bet xalslboetüe.
Lambertus had vele gebreken. Hij mögt
gaarne liegen, want dit had hem al menigmalen
van straf bevrijd, als hij kwaad bedreven had.
Liegen is anders een groot kwaad, niet waar,
mijne kinderen ?
Al weet geen mensch, dat wij liegen, God
weet het altijd.
Lambertus versnoepte ook meest altijd zijne
centen, en kocht er nooit iets nuttigs voor.
Hij mögt ook gaarne een' ander verschrikt ma-
ken, en had de slechte gewoonte, om het
kwaad van een ander overal te vertellen. Hij
zelf wilde gaarne de mooije man schijnen, en ^
wat nog erger was, hij gaf de schuld van zijne
gebreken aan zijne makkers.
Gij kunt denken, dat Lambertüs geen gerust
geweten kon hebben. Hij werd ook dikwijls
gestraft, en door zijne makkers werd hij alge-
meen vermeden. Gij zoudt immers ook - niet
gaarne met zulk een kind omgaan, jonge
vriendjes?
In de school wilde liefst niemand bij hem
zitten; ieder schikte daar zoo ver van hem af,
6