Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Hij moest nu wel naar beneden , doch eerst
nog een hapje, en met een nam hij het lepeltje
vol en slikte het in eens door.
Nu werd het etenstijd. Allen schikten zich
bij de tafel, doch Auend bleef zitten, waar hij
zat. Waar zat hij, kindei'en ? In eenen hoek
naast het kabinet. Hij was zoo bleek als de
muur. »Zult gij niet eten, Aresd?" vroeg
cle moeder. — »Ik heb geen honger, moeder!"
was zijn antwoord. — »Malligheid 1" hernam
zijne moeder; »hebt gij dan weêr gesnoept?"
Arend moest aan tafel komen, en toen werd
ziju snoeplust ontdekt. Er was een druppel
op zijn overhemd gevallen, en de hoeken van
zijn mond waren ook nog bruin.
Het ergste was, dat hij eene geweldige pijn
in den buik kreeg. Die pijn verergerde; maar
Arehd zeide er niets van. Hij lustte geen eten,
en dit was immers zijne eigene schuld, niet
waar ?
Toen het eten gedaan was, riep zijne moeder
hem bij zich, en nu moest Aremd bekennen,
wat hij gedaan had. Wat hij gedaan had,