Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
arm vol stokken, maar kon ze niet dragen.
De stokken vielen door elkander, en zij scheurde
hare jurk van boven tot onderen, en bemorste
zich daarenboven.
Op een' anderen tijd, dat zij bij de meid in
de keuken was, riep, hare moeder, dat* de
meid wat heet water in eene kom moest bin-
nenbrengen. »Dat zal ik wel doen,"^ zeide
Grietje. — »Neen! ' riep de meid, »de kom,
die daar staat, is gebars en.'^' Daar zij eerst
hare handen moest afdroogen, schonk Grietje
reeds in ; zij luisterde niet naar de meid, en
knap! zei de kom, en het kokend water liep
Grietje over de voeten. Zij brandde zich zóó,
dat zij vier weken lang met de voeten in het
kussen moest zitten.
Zoo gaat het altijd met handgaauwe kinde-
ren. Hoort naar goeden raad', kinderen! opdat
het u niet als Grietje ga.
&3. Op Bfaatjes verjaaraag.
Koosji.
Kom, mijn allerliefste zusje!
Geef me ee* kusje ,