Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
van Grietje, mijne kinderen? Eens was zij
bij Lotje in den tuin. Wij zullen eens zien,
hoe zij het daar maakte.
Grietje. Hé! wat mooije bloemen. Lotje!
Lotje. Ja wel mooi, Grietje! maar gij moet
er vooral geene afplukken : want mijne moeder
houdt heel veel van dhze bloemen, en wij zul-
len straks een mooijen ruikei- plukken.
Vóór dat Lotje had uitgesproken, had Grietje
echter reeds eenige bloemen afgerukt. Zij
bezag ze eerst, scheurde ze daarna in stukken
en ierp ze weg.
Lotje gaf hierover haar ongenoegen te ken-
nen, en zeide, dat zij dit niet voor hare moe-
der verzwijgen durfde, die wel spoedig vragen
zoude, wie hare fraaije bloemen had afgeplukt.
Grietje kreunde zich daar niet aan en lachte
er om.
Grietje. Kijk eens hier. LotjeJ, De tuin-
man zet boonstokken in den grond; kom, ik
zal ze hem aangeven.
Lotje. Dat behoeft niet, Grietje ! hij zal
ze zelf wel' halen; gij zoudt uwe kleederen
scheuren en bemorsen.
Maar Grietje was al aan den gang.
Lotje had waarheid gesproken. Zij nam een'