Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
len, terwijl zij uitging, maar vooral" niet ver-
tier , dan tot aan het groote bed met snijboo-
nen. »Dit gebod moet gij'vooral niet overtre-
den , mijne kinderen!" zeide zij; »want gij
weet, dat de jonge heeren naast ons aan het
einde van den tuin met p^l en boog schieten.
Wanneer aij eens toevallig mis schoten, konde
het schot u treffen en een ongeluk veroorzaken."
De kinderen beloofden dit, en speelden veilig
en genoegelijk, zoodat de moeder gerust uit
ging.
Op eens komt Pieter bij Jetje , zeggende:
»Kijk eens, zusje! wat liggen daar twee mocije
perzikken onder dien boom; die zal ik krijgen."
»Gij moogt niet, Pieter!" hernam Jetje.
»Moeder heeft het immers verboden, daar te
komen."
Pieter. Moet ik dan die lekkere vruchten
laten liggen ? Dan verrotten zij.
Jetje. Zij zullen niet verrotten in den tijd,
dat moeder uit is. Gij moogt niet voorbij bet
snijboonen-bed gaan.
Pieter had moeite, om zich te bedwingen.
Evenwel, -hij haalde do perzikken niet.
Zij speelden voort, en ziet! daar komt een
pijl met eene scherpe punt 'over de schutting