Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
niet vvuar, lieve kinderen ? Hij moest veeleer
hare voorspraak bij zijne moeder geweest zijn,
"en haar lot werkzaamheid hebben aangespoord;
dan had hij getoond , dat hij zijne zuster liefhad.
Niemand mag zich in eens anders leed verblij-
den. Dan, het ging Dorus net zoo, als hij
verdiende. Zijne moeder had hem zien lagchen;
zij riep hem, en beval hem, z^ne trom in
huis brengen en die in geen week weer in
handen te nemen.
»Waarom niet?" vroeg hij zijne moeder.
Deze antwoordde: » Oxndat gij u verheugt in
het leed. van uw zusje. Ga heen en verbeter
u; anders verdient gij jnijne liefde niet meer."
Weg was de tamboer-majoor! Maar het
was zijne eigene schuld. Leestje vroeg aan
haire moeder oin verschooning voor Dorus , en
gedroeg zich dus beter jegens hem, dan hij
jegens haar had gehandeld. Dorus schaamde
zich hierover, en gevoelde, dat hij niet wel
gedaan had. Hij verbeterde zich voortaan.
S». Vaderlandsliefde.
O dierbaar plekje , o Vaderland!
Voor u klinkt thans ons lied,