Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
Zg zouden eene schutterij van jongens oprigten ,
en daar paste Dorus juist bij.
Hoort nu, wat Leestje's moeder antwoordde,
toen zij al weder om hare pop vroeg: »Leer-
tje ! uw broeder heeft zijn werk goed verrigt.
Ik zelf heb gezien, hoe ijverig hij bezig was.*
Nu mag hij spelen. Die leert, mag ook spe-
len ; maar die lui is niet. Gij hebt niets ge-
daan, dit weet gij wel, en daarom moogt gij
nu ook niet spelen. Als gij zoo voortgaat,
zult gij eene regie weetniet blijven."
Leentje beloofde beterschap, en zij^ hield
woord. »Eerst leeren, en dan spelen," zei
de moeder. »Die niet leert, mag ook niet
spelen.
Die zijn tijd verspilt op straat
Doet zich zelf het meeste kwaad.
841. Vevheugt u niet in eens autlers
leea.
Dorus stond er bij , toen zijne moeder Leen-
tje bestrafte. Hij lachte haar heimelijk uit.
Hij toonde zijöe blijdschap, dat zijne zuster
bestraft werd, * Foei, die ondeugende Dorus !