Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
ontmoette Eduard , die naar school ging, en
zeide tot hem: »Ga met mij, ik weet buiten
een mooi vogelnestje, 'dat zullen wij uitha-
len I" — »Neen!" antwoordde Edüard, »ik
moet naar school; daar zenden mijne ouders
mij heen; daar kan ik leeren, een goed mensch
te worden. Als ik met u ging, was ik onge-
hoorzaam en deed ik kwaad."
Adolf lachte hem uit en ging verder.
Eenigen tijd daarna ontmoetten deze jongens
elkander weder. Adolf wilde Edüard eene
handvol lekkers uit een' grooten zak geven.
»Ik bedank u ," zeide Edüard, »ik ben niet
gewoon zooveel lekkers te eten. Ook past het
geen kind te snoepen, zoo als gij doet. Hebt
gij het ook gestolen?"
Adolf keerde hem den rug toe, en at voort.
'Op een anderen tijd ontmoette Edüard Adolf
al weder, die door zijne ouders gezonden was,
om aan een arm huisgezin eenige levensmidde-
len en vijftig centen te brengen. Adolf spoorde
hem aan, om wel de eetwaren te bezorgen,
maar het geld ten minste voor de helft terug
houden, en daar banket voor te koopen. »Ik
zal het wel halen," zeide hij, »als gij er mij
iets van geeft."