Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
dingen eten; geen ongewasschen wortelen, ra-
pen , kersen of andere vruchten.
Jassje. Ik schil altijd mijne appelen en
peren, moeder! is dat niet goed?
De Moeder. Voorzeker! Maar zeg mij eens,
Jansje! wót werd mooi Netje?
Jansje. Door slordigheid een vuil sletje.
S-l. Waarschutving.
»
Alle onreinheid, en hetgeen de onreinheid
bevordert, maakt ongezond. Dus ook, het
snoepen; daardoor bederft men de maag en
den adem; en de tanden en de mond beginnen
eenen onaangenauien reuk van zich te geven.
Wacht u dus vooral voor bedorvene spijzen.
Let er maar op! onreine menschen krijgen het
eerst besmettelijke ziekten.
25. Adolf en Eduard.
Het was Adou' niet genoeg, dat hij zich- zei-
ven den naam van ondeugenden jongen had op
den hals gehaalil, maar hij wilde ook andere
kinderen in zijne ondeugden medeslepen. Hij