Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
23. Xindelijkheid.
Truitje. Die Anna , die daar schuins over
de school woont, is meest altijd ziek.
Jansje. Wat is die vrouw altijd morsig,
moeder!
De Moeder, Morsigheid maakt ziek. Er is
immers water genoeg, om zich te wasschen.
Truitje. Wordt men van onreinheid ziek,
moeder? ■
De Moeder. Voorzeker! Dit belet de noodige
uitwaseming, üit onreinheid komen allerlei
ziekten en uitslag'voort.
Jassje. Ik wil mij schoon wasschen, lieve
moeder! Jassje wil niet gaarne ziek zijn.
Truitje. Wij bedanken u, moeder, dat gij
ons zindelijkheid leert. i '
De Moeder. Gij moet u niet alleen schoon
wasschen, maat- ook uwe kleederen niet beriïor-
sen; uwe boeken en uw speelgoed zindelijk
bewaren; op geen onreine plaatsen loopen of
spelen: in één woord , op alles zindelijk zijn.
Truitje. Mijne jurk is nog schoon; zie maar
eens, moeder.
De Moeder. Gij moogt ook geen onreine