Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
ISf. Vadertandsliefde bij den
Jongeling.
Eens, toen Herman, Truitje en Jansje niet
hunne ouders Grootvader Jakob kwamen bezoe-
ken , zat de oude man een brief te lezen,
dien hij van zijnen zoon Willem ontvangen had.
Hendrik. Is er wat nieuws, vader?
Grootvader. Ik heb een' brief van uwen
broeder Willem ontvangen. Die jongen doet
mij regt vermaak aan.
Frederik. Heeft hij het nog naar zijnen zin,
vader ? Is hij nog gezond ?
Grootgader. Daar is de brief; één van u
moet hem eens luid voorlezen , dan kunnen
wij het allen hooren.
Hendrik leest:
»Uit het kamp bij Rijen,
den 2 Augustus 1833.
Hartelijk geliefde Vader!
Ik ben zoo gezond als een visch en best te
moede. Wij hebben in het kamp een vrolijk
leven. Wij maken allerlei grappen, als Avij
onze dienstpligten volbragt hebben. Er is niet
één schutter, die klaagt. Niemand onzer heeft