Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
De Vader. Waar viel nu zijn zin op ?
Hendrik. Op het kasten maken; doch hij
brandde zich telkens aan de kokende lijm.
De Vader. En nu veranderde hij al weder
van beroept /
Hendrik. Ja , Vader! nu is hij op het tim-
meren. Dit zal zeker ook niet lang duren;
want hij heeft bijna om al zijne vingers doek-
jes. Hij steekt zich telkens met de beitels en
bezeert zich met de zaag.
De Vader. Wat zal Jan dan worden, Hendrik?
Hendrik. Een kan niet ^ Vader!
De Vader. Wat is dan een kan niet?
Hendrik. Die zich niet bij zijn werk be-
paalt , en van het geheel niets leert.
Die niet wil, die niet kan.
B3. Miat tvas een andere JTan.
)) Ik leer graag " zegt Jak ,
» Zoo veel ik maar kan,
» En speel nu en dan ,
» Zoo slijt ik mijn leven;
» Want ijver en deugd
)) Schenkt mij in mijn' jeugd
» Steeds blijdschap en vreugd,
» Hier blijf ik naar streven."