Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Zit gij wel gaarne naast iemand, die u onder
het schrijven aanstoot, of getallen op uwe lei
uitveegt, als gij rekent, of eene streep door
uwe figuren haalt, als gij uwe vormleer gereed
maakt ? — Voorzeker , neen!
» Toen ik een kind w aszeide Grootvader
Jakob, »zat ik naast eenen jongen, die Thomas
heette. Hij was een regte plaaggeest. Hij
deed zoo veel kwaads, als hem maar mogelijk
was. Als ik eene nieuwe broek of nieuwe
schoenen aan had, dan maakte hij die vuil
met zijne voeten; hij wist dat zoo behendig te
doen , dat Meester het niet zag. Hij was dan
zoo loos, dat, wanneer ik er over wilde kla-
gen , hij aan den Meester riep: »Meester!
Koos." In de school niogten dit niet roe-
pen. Als wij in de school wat wilden aan-
brengen of ons beklagen, dan moesten wij
zeggen, wat er aan scheelde. Thomas deed
zulks echter maar, en als Meester hein vroeg,
wat hem hinderde, dan zweeg hij stil, of red-
de zich door een leugen. Dit berokkende hem
dan wel berisping en straf, maar zijn kwade
daad werd niet ontdekt.
Eens gebeurde het, dat ik weder nieuwe
schoenen aan had. Toen ik in de school