Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Gra» en plant en krmd
Spruit het aardrijk uit,
Boet natuur herleven.
Het horenvee, row band en boeijen
Ontslagen, hoort inen vrolijk loeijen
In de open lucht, in 't glazig veld;
Eet geitje ziet inen hupplen, dartlen,
Het vischjen in het water spartlen,
Alwaar't , schoon stom, zijn vreugde meldt.
De schelle zang der nachtegalen
Doet boomen , bosschen, bergen, dalen
Weergahnen van hun lief geluid;
Eet leeuwerikje, aan de aard ontvlogen,
Zingt boven 't verst bereik der oogen,
Tot waar het aan de wolken stuit.
8. Xie voor u!
Teijntj.e had nieuwe kleederen gekregen;
haar mooi wit japonnetje had zij voor het
eerst aan; zij was zeer blijde, dat kunt gij be-
grijpen, mijne lieljes ! Wie is ook niet blijde,
als hij nieuwe kleecleren aan heeft.
)) Zie toch vóór u, Trijntje ! als gij op
straat zijt," zeide hare moeder. »Ja lieve moe-